NIEUWS

Waar is de Tachtigjarige oorlog gebleven?

Dit jaar is het 450 jaar geleden dat de Tachtigjarige oorlog begon, reden genoeg om aandacht te besteden aan deze invloedrijke, historische gebeurtenis. Van een groots opgezette NTR-serie (‘Welkom in de Tachtigjarige oorlog.’) tot talloze exposities (o.a. in het Rijksmuseum in Amsterdam en Museum Prinsenhof in Delft) én ons boek Waar is de Tachtigjarige oorlog gebleven? van Jan Blokker dat we speciaal voor dit herdenkingsjaar in een nieuw jasje staken. In dit boek maakt Blokker een reis door het openluchtarchief van Nederland samen met fotograaf Eddy Posthuma de Boer. Het resultaat is deze prachtige uitgebreide reisbeschrijving, inclusief plattegronden, foto’s en gedenkwaardige data. Van Groningen tot Brussel, van Den Briel tot Groenlo, overal barst de strijd los. En vaak doet die strijd merkwaardig modern aan. Terrorisme, propaganda, executies, radicalisering; allemaal thema’s die moeiteloos terug te vinden zijn in de oorlog die van 1568 tot 1648 werd gevoerd. Hieronder geven we je een voorproefje van het boek! 

 

VOORAF

Het idee voor dit boek – een ‘Tocht van de Tachtigjarige Oorlog’ – ontstond in de jaren zestig van de vorige eeuw, toen ik ’m voor het eerst zelf maakte. Niet in m’n eentje, maar met m’n kinderen. Die zaten op wat toen nog de Lagere School heette, en waar je vanaf de vierde klas les kreeg in vaderlandse geschiedenis. In die lessen speelde de Tachtigjarige Oorlog een onverbiddelijke hoofdrol. Leerlingen werden geacht belangrijke evenementen en bijbehorende jaartallen uit hun hoofd te leren, zodat de ijverigsten al na een poosje 1566, Smeekschrift der Edelen of 1590, Turfschip van Breda, alsmede 1600, Slag bij Nieuwpoort en 1609-1621, Twaalfjarig Bestand konden opzeggen alsof ze er bij waren geweest.                                                                                                                          Maar hadden ze een flauw idee van wáár precies, en waarom eigenlijk, en hoe, of onder welke weersomstandigheden die gebeurtenissen zich hadden voltrokken? Konden ze zich, anders gevraagd, iets voorstellen bij dingen als watergeuzen, landvoogden, Leidens ontzet of de Mookerhei, om van de Apologie en de Pacificatie van Gent nog maar te zwijgen?
Niet echt natuurlijk. Daarom bedacht ik die tocht– een dag of veertien uit en thuis, met inbegrip van een stukje buitenland (België), wat toentertijd nog een extra attractie betekende, en in de hoop dat al die abstracte beelden en begrippen onderweg op z’n minst een beetje vorm, kleur en context voor ze zouden krijgen. En dat ik er zelf ook nog wat van zou opsteken.
Wat me van de gezellige dagen bijstaat is een frikadel hier, een braderie daar, een kermis zus en een zak frites zo, en bovenal de helse moeite om tastbaarheden te vinden waar mijn toch redelijk leergierige kinderen houvast aan hadden – een bord, een pijl, een verwijzing, een merkteken, en het liefst natuurlijk nog gave schansen of werktuigen waarmee Oostende ooit verdedigd, of
Steenwijk ooit veroverd was. Toen al bleek Nederland weinig oog te hebben voor z’n verleden, gingen de VVV-folders zelden verder terug dan tot 1945, en had de plaatselijke boekhandel nooit een exemplaar van Valerius’ Gedenkklank, of een bundel prenten van Frans Hogenberg in huis.
Sinds de lagere school ‘basisschool’ wordt genoemd, en de leerkrachten hun vierde klas (zesde groep) geen vaderlandse geschiedenis, laat staan jaartallen meer laten leren, is het er niet beter op geworden – dat heb ik alle keren gemerkt dat ik de Tocht nog eens moederziel alleen heb overgedaan, en van Enkhuizen tot Geertruidenberg en van Heiligerlee tot Vlissingen tevergeefs in winkels vroeg of ze nog iets hadden over de oorlog die voor een niet gering deel toch in hún buurt was uitgevochten. Maar ik wil niet klagen. Ik wil iets voorstellen.
Als het onderwijs, de VVV en de ANWB als wegwijzers in gebreke blijven, kunnen we dat verzuim toch het beste zelf goedmaken? Vandaar dit boekje, dat half een gids is, half een ontdekkingsreis, en tussen de bedrijven door een lesje geschiedenis zoals oude onderwijzers het gaven, dat wil zeggen: nooit helemaal compleet, nooit helemaal volgens de strikte regels van de wetenschap, misschien zelfs nooit helemaal waar, maar altijd opgedist met het plezier waarmee roemrijke verhalen verteld moeten
worden. Dat is het voorstel. Laten we op stap gaan, en op elke plek die er in de Tachtigjarige Oorlog toe heeft gedaan, onze voetsporen drukken: als kleine gedenktekens op de historische kaart van Nederland.

‘Blokker is de geschiedenisleraar die we allemaal gehad zouden willen hebben, een glashelder verteller, met een goed oog voor de treffende anekdote en het beeldende detail.’ Het Parool