NIEUWS

De oudste of de jongste thuis: dat maakt wel degelijk uit

Maakt het nou echt uit of je geboren bent als oudste of juist als jongste kind binnen een gezin? Volgens Else-Marie van den Eerenbeemt zijn er wel degelijk min of meer vaste patronen aan te wijzen die voortvloeien uit de volgorde waarin kinderen worden geboren. In De Liefdesladder legt ze uit hoe het zit.

Oudste kinderen

Vaak zien we dat oudste kinderen een voorbeeldfunctie vervullen – ze zijn niet voor niets troonopvolger of erfopvolger in een familiebedrijf – en daardoor vaker grote intellectuele prestaties leveren. Daarnaast staan ze minder open voor ervaringen of nieuwe inzichten, ze zijn conservatiever, nemen minder risico’s en kunnen beter manipuleren. Ze nemen vaak de verzorgende rol op zich. Zo heeft een oudste kind vaak meer weet van de problemen van en tussen de ouders dan de jongere kinderen, en bekommert de oudste zich vaak meer om de problemen van de ouders, om broers en zussen en om familiekwesties. Het oudste kind is de motor van het ouderschap; het maakt Nel en Piet tot moeder en vader.

Dat heeft verschillende redenen. Eerstgeborenen zijn vaak meer op volwassenen gericht dan de kinderen die daarna komen doordat ze langer in hun eentje met de ouders zijn opgetrokken en dat telt – hoe klein ze dan ook nog zijn. Het contact is vaak ook intensiever, want er zijn nog geen andere kinderen die ook aandacht en tijd eisen – de geboorte van een broertje of zusje is voor het eerste kind heel belangrijk en betekent meestal een enorme schok. Eerstelingen krijgen doordat ze een tijdje de enige zijn veel liefde, maar er wordt ook een groter beroep gedaan op hun geven van aandacht en liefde aan die ouders. De wisselwerking in geven en nemen tussen ouders en kinderen treedt in werking zodra je geboren bent. De verwachtingen rond de eerste stapjes en woordjes, het eerste product in het potje zijn bij eerste kinderen veel groter dan bij de volgende, en dat wekt bij de oudsten verantwoordelijkheidsgevoel. Het eerste kind, dat voordien het enige was, wordt pas door de komst van een volgend kind ‘de oudste’, en daarmee krijgt het bijna vanzelf de verantwoordelijkheid voor twee. Hoe vaak krijgt het bij een ruzie of ongelukje niet de schuld: ‘Wat doe jij kinderachtig, zeg! Laat Basje nou ook even op je fietsje.’ Of: ‘Jij moest toch beter weten.’ Het ‘want jij bent de oudste’ hoeft niet eens te worden uitgesproken.

Middelste kinderen

Een tweede kind staat niet zo sterk in het middelpunt van de belangstelling, het ‘nieuwtje’ van lopen, praten en zindelijk worden is eraf. De ouders hebben ervaring opgedaan in het omgaan met een kind en het oudere broertje of zusje heeft in verschillende opzichten het pad geëffend. Tweede en volgende kinderen kunnen meer in de ‘luwte’ opgroeien, ze krijgen meer ruimte. Ouders reageren niet meer overbezorgd op elk pukkeltje of krampje en laten hen meer hun eigen gang gaan. En dat betekent een ander soort aandacht, die maakt dat tweede kinderen zich vaak vrijer voelen. Van het eerste kind zijn wel drie fotoalbums, waarin elke mijlpaal van de beginjaren is vastgelegd. Het tweede kind moet zoeken naar foto’s van zijn vroegste kindertijd.

Middelste kinderen hebben het vaak moeilijk met de aandacht die er uitgaat naar de oudste en de jongste. Ze beschikken over grote sociale vaardigheden, identificeren zich minder met hun ouders en hebben met hen een lossere band dan jongste kinderen. Ze hebben vaak meer conflicten, zijn vaker de zondebok, leveren minder prestaties. En ze zijn vaker gelovig, zo bleek uit onderzoek. Ze gaan met problemen eerder naar een zusje dan naar hun ouders, ze bekommeren zich minder om de familie dan de oudsten. Hun belangstelling richt zich dan ook vaak op dingen
buiten het gezin.

Jongste kinderen

Over het algemeen ervaren vooral de jongste kinderen uit grote gezinnen hun jeugd als positief, zij hebben kunnen genieten van de aandacht. Ze staan open voor nieuwe theorieën en ervaringen, reizen graag, nemen meer risico’s, zijn sterk betrokken bij anderen. Ze zijn guller maar ook eerder jaloers dan oudste of middelste kinderen, en snel geneigd tot rivaliseren. Het zijn vaak vrijbuiters die niet zo zwaar aan het leven tillen.

Nakomertjes, kinderen die zo’n zeven jaar in leeftijd verschillen met hun voorganger, nemen een gemengde positie in. Ze zijn de jongste, dus de lieveling, en krijgen veel aandacht en zorg, omdat iedereen – ook de oudere broers en zussen – tijd voor ze heeft en een beetje over hen gaat ‘moederen’. Behalve de jongste van die oudere familieleden, die was zo lang het lievelingetje en wordt nu van die plaats verdrongen. Tussen nakomers en de jongste van het ‘oude’ kindertal botert het dan ook niet altijd.

Als volwassene

Kortom, elke plaats in het gezin heeft zijn eigen voor -en nadelen en die neem je mee in je latere leven. Het verantwoordelijkheidsgevoel dat een oudste heeft, maakt hem als volwassene tot een goede teamleider. Het middelste zusje dat de kibbelpartijen suste, wordt later een goede mediator. En als jongste bijvoorbeeld was je gewend dat de ouderen je hielpen en het heeft je veel moeite gekost om je onafhankelijkheid te verwerven. Maar je kunt ook autoriteit aanvaarden en bovendien ben je goed in het vragen om en het accepteren van hulp.

Benieuwd naar meer? Je kunt De Liefdesladder hier bestellen.



Schrijf je in voor onze nieuwsbriefEn blijf op de hoogte!

Hallo! Wil je op de hoogte worden gehouden van alles wat je echt moet lezen? Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.